Onderzoek 'RSI-patiënten gehoord anno 2005
Recent onderzoek toont aan dat de RSI-patiënt het meest gebaat is bij behandeling door de oefentherapeut. Aanleiding en doel van het onderzoek in 1999 is een inventarisatie van klachten, werkstatus en ervaren problemen bij RSI-patiënten. Alle patiënten zijn lid van de RSI-patiëntenvereniging. In vervolg hierop is in 2005 een nieuw vragenlijstonderzoek onder hen uitgezet. Doel van dit onderzoek was een inventarisatie te maken van het zorggebruik bij RSI-patiënten, en de mate van ervaren effectiviteit van de zorgverleners. Daarnaast was het doel om in een grote groep RSI-patiënten het volgende in kaart te brengen: klachten (aard, ernst, uitgebreidheid en duur van de klachten),ervaren functionele mogelijkheden en beperkingen, kwaliteit van leven, ziekteperceptie en werkstatus. De vragenlijst is in maart 2005 naar alle leden van de patiëntenvereniging gestuurd (3250 leden). Van de 1185 reacties bleken 1129 lijsten bruikbaar voor (beschrijvende) analyse. Een aantal resultaten uit onderzoek: Klachten en duur van de klachten: Vier van de vijf respondenten heeft pijnklachten, maar ook stijfheid en tintelingen/doofheid wordt als klacht opgegeven door bijna de helft van de respondenten. Gemiddeld heeft men bijna zes jaar klachten; in 1999 was dit 3 jaar en 3 maanden. De uitgebreidheid van de klachten: De uitgebreidheid van de klachten over verschillende lichaamsregio's in de bovenste extremiteit is aanzienlijk: gemiddeld worden in 6 van de 16 onderscheiden regio's in de bovenste extremiteit klachten ervaren. Ruim meer dan de helft van de respondenten heeft in ieder geval klachten in de schouderregio en de polsregio, terwijl klachten in bovenrug en bovenarm door relatief weinig respondenten gemeld worden.Co-morbiditeit: De mate van co-morbiditeit (in de zin van diabetes mellitus, reumatoïde artritis, burnout, fibromyalgie en depressie) is vergelijkbaar met die van de werkende Nederlandse populatie. Functionele mogelijkheden, beperkingen en kwaliteit van leven: De ervaren beperkingen zijn relatief groot en de kwaliteit van leven is door RSI op aanzienlijke wijze aangedaan. De meeste RSI-patiënten zijn anno 2005 in staat om te participeren in arbeid (74% nu ten opzichte van 58% in 1999); een groot deel van hen werkt parttime, met een gemiddelde van 28 uur per week. In 30% van de gevallen zorgde de werkgever voor aangepast meubilair of speciale apparatuur. Bijna iedereen die beeldschermwerk verricht ondervindt problemen tijdens het typen (92%) of het hanteren van de muis (93%). Ziekteperceptie: Een aanzienlijk deel van de respondenten geeft aan de klachten te begrijpen, zich zorgen te maken over de klachten en het idee te hebben dat de klachten nog langdurig zullen blijven bestaan. De perceptie dat de ziekte een grote rol in het leven speelt en de ervaren ernst van de klachten staan dus in verband met fysieke rolmogelijkheden en mate van functioneren. Zorggebruik en evaluatie van de geleverde zorg Zorggebruik: Vanaf het begin van de klachtenperiode is 83% bij een fysiotherapeut geweest, 75% bij de huisarts, 65% bij de bedrijfsarts, 65% bij de oefentherapeut, 48% bij de manueel therapeut, 42% bij de psycholoog, 33% bij de neuroloog, 21% bij de orthopeed, 18% bij een homeopaat en 15% bij een reumatoloog. De hulpverleners die het meest frequent een effectieve behandeling hebben ingezet volgens de respondenten zijn: • de oefentherapeut (69%) • de psycholoog (61%) • de manueel therapeut (61%) • de fysiotherapeut (59%) • de overige zorgverleners scoren slechts 10-25% Een mooi resultaat waar oefentherapeuten trots op mogen zijn! Presentaties sprekers RSI-congres "Nieuwste wetenschap op het gebied van RSI'. Bron: Dr. JK Sluiter & Prof. dr. MHW Frings-Dresen, 'RSI patiënten gehoord anno 2005': ervaren klachten, beperkingen en functioneren, participatie in arbeid, en zorggebruik en – evaluatie. Amsterdam Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Academisch Medisch Centrum, 2005, rapport nr. 05-16 |
.